11 februari 2004, Emile Aarts, Ambient Intelligence
door Eva van Niekerk

Emile Aarts is één van de grondleggers van het onderzoek naar
‘ambient intelligence’, de wetenschap die de dagelijkse
huishoudelijke bezigheden zo eenvoudig mogelijk moet maken. Hij is al enkele
jaren scientific program director bij Philips Research in Eindhoven. Als zodanig
is hij verantwoordelijk voor het onderzoek dat op het Natlab gedaan wordt, en
moet daarvoor nauw contact onderhouden met het bedrijfsleven en de academische
wereld. Ook is hij verantwoordelijk voor internationale, en met name Europese,
samenwerking en het verkrijgen van subsidies voor het onderzoek. In deze lezing
heeft Emile ons een indruk gegeven van ambient intelligence.
Emile begon zijn lezing met een overzicht van de geschiedenis van de
computer. Hier liet hij zien hoe de computer door de jaren heen
gebruikt is. Ook noemde hij enkele grappige en bij sommigen bekende
uitspraken, zoals “I think there is a world market for Maybe 5
computers” van Thomas Watson, het hoofd van IBM in 1943, en
“Computers in the future may weigh no more than 1.5 tons”
uit Popular Mechanics in 1949. In de loop der tijd zijn computers
steeds kleiner geworden en werden ze bovendien meer en meer door
mensen thuis gebruikt. Langzamerhand zijn de computers ook ontwikkeld
tot chips die speciaal voor één taak bedoeld zijn. Ook
bij deze chips is de kwaliteit snel verbeterd, terwijl de energie
consumptie is afgenomen.
Toen de computer eenmaal wat meer in gebruik raakte, onstond de behoefte
om verschillende computers met elkaar te verbinden. Oorspronkelijk
was dit bedoeld om bestanden uit te wisselen, wat vervolgens heeft
geleid tot de ontwikkeling van het internet. Dit internet wordt nu,
behalve om bestanden uit te wisselen, veel gebruikt om contacten met
vrienden te onderhouden en om televisie te kijken. Tegelijkertijd
zijn de grote hoeveelheden kabels drastisch verminderd door de komst
van draadloze netwerken. Ook is de behoefte ontstaan om deze
draadloze netwerken in huis te gebruiken voor het automatiseren van
dagelijkse taken. Uit deze nieuwe wensen is het idee van ambient
intelligence voortgekomen.
Emile definieert ambient intelligence als de combinatie van ubiquitous
computing en intelligente, sociale gebruikersinterfaces. Ubiquitous
computing omschrijft de aanwezigheid van computers overal, in welke vorm dan
ook. Te denken valt aan muren waar het speciale behang tegelijkertijd een
televisiescherm vormt. Intelligente en sociale gebruikersinterfaces zijn
gebruikersinterfaces die voor diverse doelen geschikt zijn en
bovendien afgestemd zijn op de wensen van de gebruiker.
Na deze inleiding behandelde Emile de diverse componenten die nodig zijn voor
het ontwikkelen van ambient intelligence. Om te beginnen moet er gebruik gemaakt
worden van embedded systemen. Dit zorgt er voor dat de technologie wel aanwezig
is, maar niet zichtbaar. Op deze manier worden grote bossen kabels in huis
vermeden. Verder moeten de producten zo ontwikkeld worden dat ze zich bewust
zijn van de toestand van de gebruiker op het moment dat deze het product wil
gebruiken. Hierdoor wordt het gebruik van het apparaat zo weinig storend als
mogelijk is. Ook moeten apparaten gepersonaliseerd worden. Dit zorgt ervoor dat
ze de verschillende gebruikers herkennen en precies doen wat deze willen. In het
verlengde hiervan ligt adaptiviteit, waardoor er gereageerd kan worden op
veranderingen in de omgeving. Tenslotte zou het ook prettig zijn dat de
producten vooruit kunnen lopen op de wensen van hun gebruiker. Hierbij kan
gedacht worden aan het vol laten lopen van het bad zodra er wordt vastgesteld
dat je de voordeur binnen stapt aan het einde van de dag.
De ontwikkeling van de technologie tot nu toe is hard op weg het mogelijk te
maken aan al deze eisen te voldoen. De snelle ontwikkelingen maken chips steeds
kleiner, net als de opslagmedia. Steeds meer kabels verdwijnen en beeldschermen
worden steeds makkelijker te verwerken in de aankleding van de kamer, net als
verlichting. Ook wordt er hard gewerkt aan het ontwikkelen van adaptieve
algoritmen, die aan de hand van gebruikersinvoer proberen te voorspellen wat de
gebruiker vervolgens wil.
Emile heeft ons laten zien dat er al heel wat gebeurd is in de ontwikkeling
van ambient intelligent producten. Voorbeelden hiervan kunnen ook gezien worden
in het HomeLab op het Natlab. In dit HomeLab worden de producten die tot nu toe
gemaakt zijn getest. Er moet echter nog heel wat gebeuren voor al deze producten
in huis gebruikt zullen gaan worden. Er zijn nu namelijk nog veel kabels nodig
om alles te laten werken. Bovendien hebben mensen liever geen computer als
interface, het zou prettiger zijn als de bediening op een natuurlijke manier
verwerkt zou zijn in de inrichting. Ook wordt de werking van de apparaten nog
niet beïnvloed door de omstandigheden.
In deze lezing heeft Emile voor ons een beeld geschetst van de manier
waarop apparaten in de toekomst in onze huizen verwerkt kunnen zijn.
Ook hebben we gehoord over het hele proces dat nodig is om dit ideaal
te verwezenlijken, een proces dat nu loopt, maar waar ook nog veel
voor moet gebeuren. Een proces dat bovendien bemoeilijkt wordt door
de uiteenlopende gebruikerswensen, rekenkracht, de eis dat de kosten
laag zijn en nog diverse andere problemen. In de toekomst zullen we,
als we een nieuwe ontwikkeling zien in huishoudelijke apparatuur of
automatisering van activiteiten in huis, terugdenken aan deze lezing.
|