Keert dus regelmatig terug!!!
Dan wil ik je spreken,
met je dansen
met je wandelen door bossen
De hemel huilt, vele dagen lang
evenveel dagen als ik aan je denk.
Ik blijf bij gisteren hangen,
en morgen zie ik niet staan.
Want gisteren wil ik opnieuw beleven
in gedachten, in stilte in de kou.
24-februari-1999
Slechte woorden spreek ik dan
woorden die pijn doen en woorden
die jou van mij vervreemden.
Maar begrijp me niet verkeerd,
en weet dat het niet bedoeld was zo,
maar hoe vaak zul je dat geloven
die oude leugen: het spijt me.
Maar het spijt me wel, en ik voel schaamte.
En toch weerhoud iets mij ervan
jou om vergeving te vragen.
Want het waren mijn woorden, mijn daden
die jou gekwetst hebben.
Ik kan zeggen: sorry, het spijt me.
Maar ik kan geen vergeving afdwingen,
behalve met een zwaar vergif.
20 April 1999
De laatste woorden van het jaar
Woorden zonder hoop of vrees
Gewone woorden, oprecht en waar
Niet meer, nu niet, nooit!
De laatste momenten van het leven
Momenten, sommige mooi en teder
vernietigd door andere van het leven.
De adelaar vliegt zijn vlucht
Naar het nieuwe leven, ver weg
van gisteren, vorige week en vorig jaar.
Maar vooral zonder rust en doel
vliegt de adelaar zijn vlucht
op de vlucht, vliegend
Dat gisteren hem niet achterhalen zal.
23 september 1997
Nog niet zo lang geleden,
twee jaren op zijn hoogst.
Een een stad hier dichtbij
Hoe graag zou ik het opnieuw beleven.
Mistig wordt alles na vele jaren
aangezichten vervagen, namen vervormen
roddels van vroeger zijn nu dierbaar
in mijn gedachten hoor ik je nog
ook zie ik je nog voor me
nu nog, na al die tijd.
De tijd gaat door,
nieuwe mensen komen,
en nieuwe mensen gaan weer door.
ik mis je diep in mijn hart
dagelijks denk ik aan die paar uren,
dat wij samen waren, en lachten, aten en dronken.
maar dat zal nooit meer komen
want gisteren komt nooit meer terug.
27 - 8 - 1999
Langzaam wijkt de zon onder
schaduw valt over haar heen.
Een sluier van duisternis
verdriet en eenzaamheid.
Een sluier over haar frisheid
van gisteren en vorige week.
Toen haar bladeren fris en groen
waaiden in een zomerse bries.
de tijd verkleurde haar gemoed
somber en gesloten
maar eens breekt een nieuwe lente aan
die haar weer kleuren zal in mijn gedichten.
Al verscheidene maanden zie ik haar,
vanaf een late zomerdag
tot een vroege herfst.
Ik mis haar geluid
haar lieve woord
haar aanwezigheid.
Maar voor mij zal zij altijd lente zijn.
30-10-1997
Eentonig en toch vol kleur
de bomen, het gras
de lucht dreigend en toch vertrouwd
alsof ieder moment tranen kunnen vallen.
Eentonig, monotoon vol vuur.
De verte verhuld door mist
door bomen en laatste bladeren.
Geen zicht naar volgende week
en de bochten en kuilen daarna.
Langzaam komt de mist
dichter en dikker
verhult alle gedaanten, gedachten
tot schimmen en schaduwen.
Schaduwen van gisteren en vorige week
in de nevel weerspiegeld
voor morgen en de laatste dagen.
Een adelaar zweeft boven de mist
over de mist ziet hij morgen
maar hij cirkelt rond
naar morgen toe
terug naar gisteren
naar oude herinneringen
en mooie dromen.
5 november 1997
27 Augustus 1997
27 Augustus 1997
23 maart 1999
Ik wil niks zien
Ik wil niks horen
Ik wil niks zeggen
Maar ik kan het niet
De bladeren schrijf ik vol
gedichten en gedachten
Langzaam sterft het uit.
4/2/1998
Woorden zonder gebaren
Gebaren zonder woorden
Een hoofdbeweging, geritsel op de gang
Stille gebaren, zwijgende stemmen.
Slechts een zucht is genoeg
een briesje en de wolk valt uiteen
Eenzaam en zonder praat
zonder ruggegraat.
De flarden blijven onbesproken vragen
Vervlogen, vergaan, verguist, vertrapt.
Verloren zijn we in de lucht
Een vlug gebaar en een versnelde pas.
De mist klampt zich vast
ondoorzichtig, vage schaduwen op de muur
Ver in de mist schijnt een schijnsel
van bedrog, over gisteren en wat morgen komt.
Het zijn geen woorden die gesproken zijn
maar het zijn de gebaren, bewegingen
Symbolen, kleine en grote gelijk.
De gebaren spreken de woorden
woorden die niet gesproken hoeven te worden:
een gebaar, een versnelde pas, een vlugge groet.
Zachte geluiden, voetstappen
mist, ik zie slechts mist.
Langzaam wijkt de zon onder
schaduwen verhullen de mist
de loze woorden en gebaren.
En alles is weer verhuld.
4 december 1997
En soms is er dan een moment
een ogenblik van een oogopslag
van twee mooie ogen waarin ik verdrink.
Ogen die alles zeggen
zonder een enkel woord.
Geen woorden zijn meer nodig
voor mij voor haar,
behalve
behalve af en toe een klein gedichtje,
zo maar, voor niks en voor altijd.
december 1998
Een nieuwe lente en nieuw leven
vaagden gisteren voorgoed weg.
De boom herkreeg haar kleur
haar woord weerklonk weer over het veld.
De boom,
zij staat in volle bloei
het veld geurt door haar bloesems,
vogeltjes bezingen haar schoonheid.
Een ogenblik van rust en kalmte,
een gebeurtenis vastgelegd met een paar woorden
een verbintenis die nooit zal gaan.
18 mei 1998
Dagen passeren en worden weken
maar tegelijk lijkt alles stil te staan
bij gisteren toen het morgen leek.
De weken rijgen zich aaneen
tot een keten van jaren
vol herhalingen
vol herinneringen aan gisteren.
Een leven glijdt langs als een droom
mooie momenten van wanhoop
van liefde een verdriet
maar vooral het dromen waard.
1 november 1998
Twee mensen
soms ver weg
dichtbij gescheiden
door een muur van stilte
onbegrip en aarzeling.
Zouden de twee elkaar ooit raken
samen komen en één worden
in de verte in de mist?
Twee rails strekken zich uit
voor mij naar haar toe ver weg
Maar toch dichtbij in mijn hart.
01-01-1998
Kan men niet de ander recht aankijken,
om dan zichzelf te zien?
Want is ieder in wezen niet als die andere,
voorbij het prikkeldraad, over de rivier, achter de muur.
Ademen we niet dezelfde lucht, en genieten van dezelfde zon
op een mooie zomerse dag.
Luisteren we niet naar hetzelfde gefluit van vogels
gezongen onder onze hemel van vuur en ijzer.
Vogels die zonder vooroordelen, zonder eigenbelang
voor ieder het mooiste lied zingen.
Maar het is de trots van de grote mensen, en van onszelf,
omwille van hun eer, en die van ons, gaan we door
en offeren honderdduizenden, hele generaties
voor een god, een mens, of een ander waanidee.
"De offers zijn voor het Hogere Doel", zeggen we dan.
"Voor het vaderland, la patrie, vaterland, king and country"
Overal slaken miljoenen onwetenden dezelfde kreet.
En volkomen onbaatzuchtig, maar op veilige afstand,
leiden we onze zonen en dochters naar de tempel van Mars.
Morgen opnieuw zullen de kanonnen en geweren de mensheid bejubelen,
om al haar glorie, grootse avonturen en voor de hoogste idealen.
Maar ze loven met een monotone woestheid, verwoestend
als een apocalyptisch orkest dat pas stoppen zal
als er niemand over is om te bejubelen.
Een stilte daalt neer over de aarde na het laaste akkoord,
de mist trekt op als een nieuwe wind gaat waaien.
Als een prelude klinkt slechts een enkel geluid.
Het is het lachen van de Dood,
die weet dat het allemaal opnieuw begint.
Wederom zullen velen verblind door die ene leugen,
op zoek naar eer en roem het afleggen tegen de Dood.
"Dulce et decorum est pro patria mori"*
Alleen omdat wij te trots zijn mekaar de hand te reiken.
* "Het is mooi en eervol om voor je vaderland te sterven"
Horatius, Oden III ii 13.
december 1999
Voel je niet beschaamd te huilen
af en toe in het duister
of in stilte als daar niemand is
om te luisteren, om vast te houden in de kou.
Het waren de trommels die het vuur aanwakkerden
Onder hun gestage slag zweerden wij allen plechtig,
dronken van de roem en toekomstige glorie,
te dienen, pro patria, pro rege. Voor kerk, voor Hem.
Want we waren jong, onbezonnen en naief.
Maar het was slechts duister waar wij gingen
wij verwonderden ons om de wonderen aldaar,
die de mens, wij, daar aanrichtte:
de speer, het geweer, de vlammenwerper, de atoombom.
Troje, Verdun, Hiroshima, zegt dat niets meer?
"Ga door jongeman" zei de oude man, onze leermeester,
"Eer en roem zullen jou ten deel vallen,
jouw daden zullen over duizend jaar nog verhaald worden"
(verhaald worden op onze generatie, bedoelt hij zeker)
En hij ging weer zitten in zijn luie stoel,
dronk zijn cognac na een overvloedig maal.
Want er is immers niets meer dulce et decorum
dan pro patria een verre akker te bevruchten.
Maar door al ons bloed en tranen
groeit er slechts schaamte, en nieuwe haat.
Het is allemaal een leugen,
daar in het duister,
daar stierven we allemaal,
alleen en naamloos.
Waar niemand was voor onze zielen,
aan flarden geschoten, verminkt.
Het zijn er trouwens toch te veel.
De wind speelt vrij met onze naakte beenderen,
daar op het veld van eer, waar wij verlaten zijn.
Een vrolijke deun, dat wel, want het is immers kerst.
A last salute from the sun enlightens the tree
and for one moment she regains her grandeur again
As the queen of that once green field.
I can smell the sweetness of the flowers around
and I hear the birds singing like ancient bards
telling tales of romance and neverending love.
But the sun disappears and so does she.
No longer couples will crawl under het leaves
to take refuge from the blazing rain
or just hide away for unwanted eyes.
No longer will she be the balcony for birds
singing joyfull serenades on sultry evenings.
The tree is gone for long though these words remain.
Forever she will be green on that now empty field
with flowers still sweetening the air.
And the birds, they sing forever their loving songs.
6 March 2000
As I sat there a little bird flew by
seeking company and to tell a tale.
The hours passed unnoticed if I were not there,
while the bird kept singing hour after hour.
I was walking in other places, far from here
Or was it nearby under this very tree, I cannot tell.
As I wondered through this dreaming land
I saw someone there, standing in the sun.
She stood there, silent between the tall grass.
Between the flowers and the birds all around.
I tried to call, Who are you?
But the song faded away, and my words were lost.
I was still lying there, under the tree.
Did I sleep? Did I dream?
Was it you I saw?
7 march 2000
last update: March 29, 2001