
Howard Aiken studeerde aan de universiteit van Wisconsin, Madison en behaalde zijn docters titel aan de universiteit van Harvard. Als student aan de universiteit van Harvard in de natuurkunde afdeling kreeg hij het idee om een grote computer te bouwen. Deze zou dan speciaal bedoelt zijn om grote hoeveelheden aan rekenwerk te doen voor het probleem waar hij aan werkte. De machine bedacht hij kon een aanpassing zijn van de punch card machines ontworpen door Hollerith. Hij schreef hierover een rapport en als resultaat hiervan heeft de universiteit van Harvard contact opgenomen met IBM om deze machine te bouwen. Er werd afgesproken dat Aiken de computer kon gaan bouwen in het IBM laboratorium in Endicott en dat hij werd geholpen door IBM engineers.Aiken ontwierp hier geholpen door de IBM engineers de ASCC (Automatic Sequence Controlled Calculator). Aiken was beïnvloed door de ideeën van Charles Babbage en zag het als zijn taak om de taak waar Babbage aan was begonnen af te maken. De hoofdcomponenten van de ASCC waren elektromagnetische relais en mechanische onderdelen. De ASCC woog 35 ton en was heel erg groot.
In 1943 was de bouw van de ASCC voltooid en werd er besloten om de machine naar de Harvard universiteit te verplaatsen. Hier werd hij gebruikt vanaf mei 1944. IBM had de machine geschonken aan de universiteit van Harvard en de machine werd hernoemd naar de Harvard Mark I. Aiken werkte daarna samen met Grace Hopper om berekeningen te doen voor de Amerikaanse marine. De Harvard Mark I was in gebruik tot 1959.
In 1947 bouwde Aiken de Harvard Mark II welke een volledig elektronische machine was. Hij bleef op de universiteit van Harvard werken aan zijn reeks van machines de Mark III en de Mark IV in 1952.[r]