index

Relais geheugen

De tussenstap tussen de compleet mechanische computers en elektronische computers zijn computers die gebruik maken van elektromagnetische relais. Een relais is een elektromagnetische schakelaar die met behulp van elektriciteit in een positie gezet kan worden. (meestal zijn er maar 2 posities mogelijk). Voorbeelden hiervan zijn Zuse’s Z3 en de ASCC (ofwel Harvard MARK 1).

Het relais werd voornamelijk voor het aritmetische gedeelte van de machines gebruikt, als geheugen is het niet veel toegepast. Deels was dit omdat er in die tijd gebruik werd gemaakt van al bewezen technologieën voor geheugenopslag (mechanische geheugens) en deels omdat er nog geen grote behoefte was aan de extra geheugencapaciteit: stored program computers waren nog niet in gebruik. Deels ook omdat ze als mechanische elementen niet al te snel van toestand kunnen wisselen (100 tot 200 keer per seconden). Een ander groot nadeel was de uiteindelijke grote van het geheugen apparaat en de hoeveelheid stroom die al deze relais dan zouden gebruiken.

Howard H. Aiken bouwt in 1939 een relais computer bij IBM genaamd de ASCC (Harvard MARK 1). Top in elektro mechanisch gebied op dat moment. Operationeel in 1944. De ASCC maakte nog gebruik van bestaande en bewezen technologie. Die was op dat moment elektromagnetische relais in combinatie met mechanische geheugens.

Toch werd de relais wel gebruikt voor het bouwen van geheugens; de Z3 is hier een voorbeeld van. Op 12 mei 1941 bouwt Konrad Zuse de Z3. De Z3 machine was grotendeels gebaseerd op de Z1 en de Z2. De hele machine was gebouwd met behulp van relais-techniek. Ongeveer 2600 relais waren er voor gebruikt waarvan er 1400 voor het bouwen van het geheugen zijn gebruikt. Dit geheugen had een grootte van 64 woorden van 22 bits (net zoals de Z1 alleen nu is het met behulp van relais gemaakt in plaats van mechanisch). [1]

In januari 1946 waren de specificaties voor de SSEC (Selective Sequence Electronic Calculator) bepaald door IBM. Een kritisch element in de snelheid van de SSEC was het gebruik van snelle vacuum tubes. Vacuum tube flip flops werden gebruikt als snel geheugen. In de SSEC werd hiermee een geheugen van 160 decimale cijfers. Dit geheugen werd gebruikt als snel rekengeheugen (zoals de huidige registers in processoren). Relais werden gebruikt om 3000 decimale cijfers in op te slaan. De relais geheugens waren in die tijd (1946) al in gebruik in machines als Harvard Mark II en relais rekenmachines bij Bell Labs. Het voordeel was dus dan ook dat ze direct beschikbaar waren voor het gebruik in geheugen elementen. [4]

terug - mechanische geheugens verder - de elektronische revolutie