In 1898 demonstreerde Valdemar Poulsen, een 29-jarige Deense telefoon-ontwikkelaar, voor het eerst magnetische opnames. Hij maakte hierbij gebruik van apparaten zoals in figuur 31 hieronder zijn weergegeven. Het betreffende apparaat werd gebruikt voor de opname van telefoongesprekken op een stalen draad. Hij noemde het apparaat dat rond 1900 voor een sensatie zorgde in de wereld van de magnetische opnames, de “telegraphone”.
De ontwikkelingen van de roterende drum stagneerden echter al vrij snel: slecht management deed verdere ontwikkelingen met het apparaat stilstaan tot de jaren '20. Uiteindelijk deed Curt Stille een aanpassing aan het apparaat zodat het gebruikt kon worden voor elektronische versterking en het patent werd overgedragen aan AEG. Duitsland was in de jaren ’20 en ’30 markleider op het gebied van magnetische opnames, vooral de specialisatie op het gebied van tape-recording. Aanvankelijk werden stalen tapes gebruikt of papieren tapes die met een speciaal poeder waren gecoat, later werden dit plastic tapes, gecoat met een laagje magnetische oxide. Met behulp van “high frequency biasing” (het weghalen van de hogere frequenties en dus van ruis) werd de Magnetofoon een apparaat met een voor die tijd uitstekende geluidskwaliteit (zie figuur 32). Deze laatste eigenschap verklaart waarom in oorlogstijd de berichten van Hitler veel helderder waren dan die van Roosevelt of Churchill. De technologie van de magnetofoon werd in 1945 door de geallieerden ontdekt en het Duitse patent werd overgenomen door het “U.S Department of Commerce”. Rond 1950 brachten verschillende Amerikaanse bedrijven taperecorders op de markt en de eerste reeks van opgenomen muziek op tape was een feit. In 1956 introduceerde Ampex de eerste videorecorder die al snel uitgroeide tot een groot commercieël succes en zo de defacto standaard werd. [I]
| terug - elektrostatische geheugens | verder - magnetische drums |