Eind 1945 was het plan ontstaan om gebruik te maken van een elektrostatisch opslag apparaat genaamd de “selectron” die werd ontwikkeld door RCA. Jan Rajchman was de leider van het project die de selectron moest bouwen. Het doel van de selectron was om een volledig digitaal computer geheugen te maken. De Williams-Kilburn Tube was een apparaat wat digitale bits wegschreef op een CRT maar om de elektronenstraal te focussen en te sturen was een analoog proces. Deze mix van analoge sturing en digitale opslag vonden ze niet gewenst. Dus wouden ze een puur digitaal elektrostatisch geheugen bouwen genaamd de “selectron”. De selectron had een roosten van stalen ringen die in een mica wafer zaten. Deze ringen werden als opslag element gebruikt. De ringen werden onder twee verschillende spanningen gezet om zo een 0 of een 1 aan te geven. Een elektronenstraal kon of de ring passeren of werd van de ring afgeketst afhankelijk van de spanning van de ring. Aan de andere kant van de ring was het dan mogelijk om te detecteren of de ring een 0 of een 1 was door de aan- of afwezigheid van de elektronenstraal. De unieke eigenschap van de selectron was het mechanisme om aan te geven welke ring ondervraagt werd. Dit werd gedaan met een rooster van horizontale en verticale lijnen die ook op de mica wafer lag. De stalen ringen zaten in dit rooster. Door op meerdere van deze horizontale lijen en meerdere verticale lijnen stroom te zetten werd er een enkel window gemaakt waarbinnen een ring zat opgesloten. De elektronen straal werd dan naar die ring gestuurd en doorgelaten of afgeketst. In het volgende figuur is te zien hoe die selectie werkte: [1]
De selectron gaf echte willekeurige toegang (random access) tot de opgeslagen bits. Dit in tegenstelling tot de mercury delay line welke de opgeslagen gegevens serieel benadert. Dit gaf toegangstijden van tienden van micro seconden tot elk bit in het geheugen. Dit was 10 keer sneller dan de toegangstijden die verkregen konden worden met het gebruik van de mercury delay line. Hoewel de ideeën van de selectron goed waren en ook theoretisch klopten waren er heel grote problemen bij de productie van de selectron en de selectron werd daardoor ook bijna niet gebruikt. Het was de bedoeling dat de selectron gebruikt werd in de IAS computer maar dit werd door de productie problemen van de selectron veranderd in de Williams-Kilburn Tube. De bedoeling was dat een selectron 4096 bits kon opslaan maar uiteindelijk zijn er 2000 selectrons geproduceerd die 256 bits konden opslaan en deze werden voornamelijk gebruikt in de Rand Johnniac Computer [1]