
In de periode van het 9e tot het 6e millennium voor Christus komen we op verschillende plaatsen ter wereld kleifiguren tegen, in verschillende vormen en maten met daarop uiteenlopende afbeeldingen en tekens (zoals kruizen, parallelle lijnen en andere figuren). Deze motieven zijn een duidelijk bewijs voor de ontwikkeling in het denken in symbolische vormen. De eerste vormen van schrift komen we op kleitabletten van rond 3200-3100 voor Christus tegen. Het gaat hier om Sumeriaanse schrift-tekens, bestaande uit iconen om objecten te representeren
[I]. Behalve kleitabletten kunnen we nog een aantal andere oude vormen noemen waarmee informatie kon worden overgedragen, zoals wasborden, bladeren en zijde. Het waren echter de oude Egyptenaren die in het 4e millennium voor Christus met een belangrijke uitvinding kwamen. In het leven van de oude Egyptenaren speelde de papyrusplant (Cyperus papyrus) een erg belangrijke rol: de plant werd gebruikt voor boten, kleding, touwen en de wortels ervan als brandstof. Maar ook ontwikkelden de Egyptenaren een methode om papyrusvellen te maken van de plant
[y]. Deze papyrusvellen waren erg geschikt als schrijfmateriaal: het papyrus was licht, sterk, dun, duurzaam en makkelijk te dragen. De oudste papyrus-overblijfselen stammen uit de periode van rond 3000 voor Christus, maar men gaat er vanuit dat papyrusvellen al rond 4000 voor Christus werden gemaakt
[A].

Het papier dat wij kennen is uitgevonden door Ts'ai Lun, een Chinese rechtbank beambte. Ts'ai Lun zou moerbei bast, hennep en kleine lapjes hebben gemengd met water, het tot moes hebben gemaakt, de vloeistof eruit hebben gehaald en het vervolgens hebben laten drogen in de zon. Hiermee was het eerste echte papier geboren en begon een opleving van de literatuur en kunst in China
[A].

Het zal nog zo'n 500 jaar duren voordat de kunst van het papier maken ook buiten China bekend wordt: Rond 610 na Christus zijn het Boeddhistische monniken die de kunst van het papier maken naar Japan meenemen. Het maken van papier wordt een belangrijk onderdeel van de Japanse cultuur en papier wordt voor de meest uiteenlopende dingen gebruikt: als schrijfmateriaal, voor speelgoed en zelfs als materiaal in de huizenbouw. De Japanners waren ook de eersten die de techniek van het blokprinten door figuren en motieven in houtblokken te kerven beheersten. Via oorlogen verspreidt de papiermaakkunst zich daarna naar de Arabische wereld en vervolgens ook naar Europa, zo'n 400 jaar later in 11e eeuw na Christus
[A].
Eeuwenlang wordt papier dan nog vervaardigd van oude lappen en kleden, tot in 1719 de vraag naar papier zo groot wordt dat er simpelweg te weinig lappen en kleden zijn om papier van te maken. De Fransman Rene Antoine Ferchault de Reaumur (bekend van de Reaumur temperatuurschaal waarbij smeltend ijs op 0 graden wordt gesteld en kokend water op 80 graden) oppert de suggestie om papier te maken uit hout, geïnspireerd door het aanschouwen van wespen die een nest bouwen.
[A]
In de eeuwen daarna wordt het productieproces om papier uit houtpulp te maken verder geperfectioneerd en geautomatiseerd, aan het eind van de 19e eeuw is de massaproductie van papier een feit: kranten, boeken en tijdschriften bloeien op en het papier vindt zijn weg naar scholen waar het de lei geleidelijk gaat vervangen.
[A]
Een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van het papier is de uitvinding van de boekdrukkunst. Rond 1445-1450 experimenteert de duitser Johann Gutenberg (1400-1468) met het printen van enkele blaadjes papier en kleine boekjes, zoals een latijns grammaticaboekje, voordat hij in 1450 begint te werken aan het vervaardigen van de Bijbel. Voor het printen hiervan ontwikkelt Gutenberg een houten drukpers, die hij waarschijnlijk heeft gebaseerd op de wijnpersen die werden gebruikt in het Rijnland of op de persen waarmee papier werd gemaakt. De mallen die Gutenberg vervaardigde waren gemaakt van een metalen legering met een lage smelttemperatuur die de druk van de pers goed kon weerstaan
[B].




terug - inleiding
verder - papier als opslagmedium..