index

Frederic Calland Williams (1911 – 1977)

Frederic Calland Williams

F.C. Williams was geboren in 1911 in het plaatsje Romiley, ten zuiden van Manchester. Hij studeerde bij de afdeling engineering aan de universiteit van Manchester en behaalde in 1933 zijn MSc (Master of Science) diploma. Kreeg een jaar daarna de Ferranti beurs om 2 jaar onderzoek te doen aan de universiteit van Oxford. Daarna werd hij assistent docent op de engineering afdeling van de universiteit van Manchester.

In 1939 was F.C. Williams gevraagd door professor Blackett om de RAF radar onderzoeks groep in Bawdsey onderzoeksstation te komen versterken. Deze groep heette na een aantal naamsveranderingen de “Telecommunications Research Establishment” (TRE). Toen hij in 1939 de universiteit van Manchester verliet had hij al een zeer goede reputatie en had de titel DSc (Doctor of Science) gekregen.

Tijdens de 2e wereld oorlog werkte F.C. Williams aan de elektronica van radar apparatuur en andere militaire apparatuur. Toen er geen betere en nieuwere radar systemen meer nodig waren (omdat de 2e wereld oorlog afgelopen was) heeft hij zijn aandacht verlegd naar het gebied van digitale opslag systemen. Deze verschuiving was niet zo groot omdat digitale opslag systemen een groot onderdeel van radar systemen waren. De mercury delay line was origineel ontwikkeld door Eckert als een radar gerelateerd project. Als resultaat van zijn werk aan de TRE bezocht hij in 1945 en 1946 het “radiation laboratory” aan de MIT (Massachusetts Institute of Technology). Hier hoorde hij van het idee om CRT’s te gaan gebruiken voor data opslag. In juni 1946 bezocht hij de Moore School of Engineering waar de ENIAC zich bevond. De ENIAC had geen effectief opslag systeem wat het een vervelend proces maakte om het een nieuw programma te laten gebruiken. Het idee was dat lange termijn data opslag op een CRT moeilijk was maar niet onmogelijk. F.C. Williams maakte daar zijn hoofd onderzoeksproject naar.

Hij starte zijn onderzoek met de opslag van zowel analoge als digitale informatie op een CRT. Uiteindelijk heeft hij gekozen voor digitale informatie omdat deze beter geschikt waren. In november 1946 was het hem gelukt om een bit op te slaan op een CRT. In december 1946 werd hem de leiding tot de elektro-technics afdeling van de universiteit van Manchester aangeboden en keerde daarom terug naar de universiteit. Tom Kilburn werd aangenomen om te assisteren met het onderzoek. In de herfst van 1947 was het mogelijk om 2048 bits aan informatie op te slaan voor een periode van enkele uren. De methode om data op te slaan op een CRT werd bekend als de “Williams Tube”, alhoewel Tom Kilburn zeker zware invloed hierop heeft gehad en ook veel werk ervoor heeft verricht. De Williams Tube had het voordeel over de mercury delay line (een ander alternatief in die tijd) dat het gebruik maakte van standaard componenten en het was compact. Ook benodigde het geen speciale temperatuur controle. En het was ook een echt Random Access Memory (RAM).

Hierna werd er een computer gebouwd die ook gebruik maakte van het nieuwe opslag systeem zodat de betrouwbaarheid kon worden aangetoond. Er werd eerst een kleine versie gebouwd (in 1947 en 1948) genaamd de SSEM. Hierna werd een “echte” computer ontworpen. De Manchester Mark 1. Ferranti Ltd mocht de commerciële versie bouwen, de Ferranti Mark 1.

In de begin jaren van de jaren vijftig keerde F.C. Williams terug naar de algemene elektrische onderzoeksproblemen. De komende 25 jaar was gewijd aan onderzoek naar elektrische motoren. Hij was hoofd van de electrical engineering afdeling aan de universiteit van Manchester tot aan zijn dood in 1977.[p]