Al konde zig de Wiskunst op alle de aangewezene voordeelen
d.i.: in de natuurkunde en techniek niet beroepen,
en in dit opzigt aanspraak op onze hulde en onze eerbied maaken;
dan zelfs zou zij nog den eersten rang onder de menschelijken kunsten
en weetenschappen moeten bekleeden, om dat zij de leermeesteresse is,
welke ons bestuurt in het leeren gebruik maken van onze verstandelijke vermogens,
en in de kunst van geregeld te denken; zij regelt de wetten van ons geheugen,
betoomt onze al te overdreevene verbeelding, is het behoedmiddel tegen alle valsch vernuft;
het tegengif der nadeelige vooroordeelen; zij wekt ons zedelijk gevoel op,
om het schoone en verheevene in orde en eenvoudigheid op te merken.
Jacob de Gelder, «Redevoering over den waren aart en voortreffelijkheid der wiskunst», Den Haag: Erven Isaac van Cleef, 1806, pp. 33-34. [aangehaald op p. 291 in: D.J. Beckers, «Mathematics as a way of life - a biography of the mathematician Jacob de Gelder (1765-1848)», Nieuw Archief voor Wiskunde, Vierde Serie, 14(2), juli 1996, pp. 275-297.]
E-mail: h.j.m.wijers@tue.nl * Eindhoven, 2010